skip to Main Content

In gesprek met woonwagenbewoners?

Geef ruimte!

Paul Joppen in gesprek met woonwagenbewoners

Als de neuzen van woonwagenbewoners en de gemeente niet dezelfde kant uitwijzen, kan dat tot lastige situaties leiden. Paul Joppen heeft daar een eigen aanpak voor ontwikkeld.

Sinds de afschaffing van de Woonwagenwet is de gemeente verantwoordelijk voor het lokale huisvestings- en toewijzingsbeleid. Maar dat is geen eenvoudige taak, weet Paul Joppen. “Er bestaan geen richtlijnen. Nu wordt meestal hetzelfde toewijzingsbeleid toegepast als voor sociale huurwoningen. Maar dat botst. Onder meer met het gebruik dat families bij elkaar willen wonen en dus een stem in de toewijzing willen. Dat leidt bij een aantal gemeenten tot onrust en opstandigheid.”

Het College voor de Rechten van de Mens en de Ombudsman hebben verschillende gemeenten op de vingers getikt, omdat woonwagenbewoners gediscrimineerd worden ten opzichte van huurders van sociale woningen; ze staan aanzienlijk langer op de wachtlijst. “Gemeenten zijn zoekende naar een beter beleid, maar hebben geen houvast. Vandaar dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties enkele bijeenkomsten heeft georganiseerd voor gemeenten waar problemen spelen. Daar hebben we geconcludeerd dat er behoefte is aan duidelijke wetgeving om zo de onrust bij de doelgroep en de onduidelijkheid bij de gemeenten en corporaties weg te nemen.”

Luisteren

Woonwagenbewoners uiten hun onrust meestal bij de gemeente. Soms escaleert de situatie. Paul: “Gesprekken verlopen niet altijd even gemakkelijk. Maar escalatie kun je voorkomen. Alvorens in gesprek te gaan, verdiep ik me in de situatie. Ik onderzoek de knelpunten en kijk wat urgent is. Daarover spreek ik eerst met mijn opdrachtgever en vervolgens met de personen waar het om draait.” Paul kan goed met deze groep praten, hoewel ook hij soms een boze gesprekspartner treft. “Als een gemeente bijvoorbeeld niet thuis heeft gegeven, kan dat frustreren. Die emotie geef ik altijd de ruimte, omdat het positief werkt als iemand zijn pijnpunten op tafel kan leggen. Ik luister goed en plaats de zaak vervolgens in perspectief door de situatie uit te leggen en aan te geven wat van de gemeente verwacht kan worden. Is het gewenste doel niet haalbaar dan zeg ik dat ook.”

Hij treedt niet op als intermediair, omdat hij in opdracht van de gemeente werkt. Maar hij heeft wel oor voor de belangen en problematiek van de doelgroep. “Natuurlijk kunnen die botsen met de belangen van de gemeente. Maar dan kan er nog wel begrip voor elkaar zijn. Ontbreekt dat begrip dan kan de toonzetting flink verharden. Juist dan is het belangrijk om echt met elkaar in gesprek te gaan. Lopen emoties toch hoog op, stroomlijn ze dan. Dat kan als je open en eerlijk met elkaar in gesprek bent. Ben je dat niet, dan neemt de frustratie alleen maar verder toe.” In zijn ogen heb je daarom veel zelf in de hand. “Ik vind het fijner om met deze mensen in gesprek te gaan, dan zaken van bovenaf op te leggen. In een gesprek kun je namelijk duidelijk aangeven waarom je als gemeente iets op een bepaalde manier wilt regelen en wat de mogelijkheden daarbinnen zijn. En dan is daar zeker wel begrip voor, zo is mijn ervaring.”

Back To Top
×Close search
Zoeken